UKCCCR

De richtlijnen voor het welzijn van dieren in de experimentele neoplasie zijn ontwikkeld door de "United Kingdom Coordinating Committee of Cancer Research" (UKCCCR).

Deze ad hoc commissie werd in 1988 bijeengebracht door de grote organisaties in het Verenigd Koninkrijk betrokken bij de financiering van onderzoek naar kanker om richtlijnen te ontwikkelen voor proefdieronderzoekers in de experimentele neoplasie. De tweede, aangepaste versie van deze richtlijnen werd gepubliceerd in 1997 en is hier te vinden.

De regels voor Kankeronderzoek (neoplasia) van de UKCCCR gaan verder dan de Nederlandse richtlijnen uit de Code of Practice Kankeronderzoek. Ook met betrekking tot Humane Eindpunten wordt er uitgebreider ingegaan op specifieke, aan kankeronderzoek gerelateerde aspecten. Tevens geldt ook hier het opzetten en uitvoeren van een pilot-experiment als algemene aanbeveling (net als bij de CCAC guidelines) en wordt getracht het proces tot vaststelling van het vroegst mogelijke eindpunt en veranderingen hierin, te laten optekenen (publiceren) door de onderzoekers.

Hieronder worden onderdelen uit de richtlijn weergegeven die voor het toepassen van humane eindpunten van belang zijn.

UKCCCR richtlijnen voor het welzijn van dieren in de experimentele neoplasie

Algemene aanbevelingen:

  1. Alle betrokkenen dienen op de hoogte te zijn van ieders wettelijke bepaalde en ethische verantwoordelijkheden en op eindpuntherkenning te worden getraind.
  2. Bepaal de mogelijke nadelige (welzijns-) effecten die kunnen optreden.
  3. Minimaliseer pijn/ distress door toepassing van anesthetica, analgetica, techniekverfijning en vroege humane eindpunt implementatie.
  4. Leg speciale procedures vast.
  5. Voer pilot-experimenten uit.
  6. Stimuleer onderzoekers om ervaringen in het bijstellen van humane eindpunten te publiceren.
  7. Het ontwerp van alle experimenten moet voldoen aan de hoogste wetenschappelijke standaarden.

APPENDIX 3 - Humane eindpunten en beperkende klinische verschijnselen

In vergunningen voor experimentele protocollen en beperkingen in ongerief, zouden gespecificeerde experimentele of humane eindpunten aangegeven moeten zijn, die een gepaste en tijdige interventie vereisen.
Deze criteria moeten worden vastgesteld vóór de studie begint. De volgende klinische verschijnselen kunnen bruikbaar zijn:

  • Aanhoudende anorexia of dehydratie.
  • Consistente of snel gewichtsverlies van 20% gedurende 72 uur.
  • Niet in staat om een rechte positie te behouden of te bewegen.
  • spieratrofie of ernstige vermagering.
  • moribund, lethargisch of niet in staat om te reageren op zachte prikkels.
  • hypothermie (onderkoeling).
  • Bewusteloos of in coma.
  • Bebloede of mucopurulente afscheiding uit elke opening.
  • Moeizame ademhaling - vooral indien samengaand met een loopneus en/ of cyanose.
  • Vergrote lymfeklieren of milt.
  • anemie.
  • Zwerende tumoren of grote tumoren die interfereren met de normale beweging.
  • Significante opgezette buik, of een ascites last van meer dan 10% van het basis lichaamsgewicht. 
  • incontinentie of langdurige diarree.

Indien een een van deze symptomen aanwezig is in een enkel dier, dan moet het dier moet onmiddellijk worden gedood en eventuele resterende dieren moet nauwlettend worden geobserveerd voor veranderingen in hun toestand.